Coffee Class · Green Coffee
Een vel papier met twintig regels erop
Een zak groene koffie komt binnen met een vel papier erbij, en op dat vel staan tien tot twintig regels. Land, regio, hoogte, variëteit, verwerking, sortering, oogstjaar. Voor wie de taal niet kent lijkt het één lange kwaliteitsclaim, en dat is het niet.
Het zijn metingen aan verschillende dingen. Een zeefmaat zegt iets over formaat, een hoogteklasse over dichtheid, een defectwaarde over zuiverheid, en een variëteit over afkomst. Geen van vieren zegt hoe de koffie smaakt. Ze bepalen samen wel wát er te branden valt, en daarom beginnen wij hier en niet in de trommel.
Hieronder staat het hele vocabulaire, in de volgorde waarin het ontstaat: eerst de plant, dan de vrucht, dan de boon, dan de partij. Bij elk onderdeel staat wat het wél en niet zegt, want dat tweede is in de praktijk het nuttigst.
Hoe je deze pagina leest
De gedeelten met een streep ervoor klappen open. Boven staat het verhaal, daaronder de volledige lijsten. Je kunt de pagina dus lezen zonder één tabel te openen, en je kunt hem ook gebruiken als naslagwerk.
Waar een getal niet genormeerd is, staat er circa. Waar twee bronnen elkaar tegenspreken, staat dat erbij in plaats van dat wij er één kiezen. Dat is dezelfde afspraak als op onze productpagina’s.
01SoortenGreen · Species↕
Vier soorten doen het werk, één soort krijgt de aandacht
Koffie is een geslacht van ruim honderddertig soorten. Vier daarvan worden commercieel geteeld, en twee daarvan vullen bijna de hele wereldmarkt.
Arabica is de bekende: zoeter, zuurder, aromatisch complexer, en tegelijk de kwetsbaarste. Zij ontstond in Zuidwest-Ethiopië uit een natuurlijke kruising van twee andere soorten, en is daardoor de enige tetraploïde koffiesoort — met vier chromosoomsets in plaats van twee. Zij bevrucht bovendien zichzelf.
Dat laatste klinkt als een detail maar verklaart het halve vakgebied. Een zelfbevruchtende plant vermengt zich nauwelijks, dus arabica is genetisch opvallend smal. Alles wat buiten Ethiopië groeit stamt af van een handvol planten die via Jemen de wereld in gingen. Daar komt haar kwetsbaarheid voor ziekten vandaan.
Canephora, in de handel robusta, is het tegenovergestelde: kruisbevruchtend, genetisch breed, bestand tegen hitte en roest, en met ruim twee keer zoveel cafeïne. Lang gold zij als bulkkoffie, maar dat is een gevolg van hoe zij geteeld werd en niet van wat zij kan. Zorgvuldig verwerkte canephora heeft een eigen beoordelingsformulier en een eigen schaal.
De vier commerciële soorten
| Arabica |
Coffea arabica |
circa 55–60% |
| Robusta |
Coffea canephora |
circa 40–45% |
| Liberica |
Coffea liberica |
onder 1% |
| Excelsa |
Coffea liberica var. dewevrei |
onder 1% |
Bron · eigen samenstelling; aandelen zijn ordegrootten en schuiven per oogstjaar
Waarom robusta een ander formulier krijgt
Het cuppingformulier van de SCA meet bij arabica onder meer zuurgraad en zoetheid. Bij fine robusta vervangt het CQI die twee door zout-zuur en bitter-zoet, omdat canephora die assen anders invult. Dezelfde kwaliteitsbanden gelden wel: 80 plus is Very Good, 85 plus Excellent, 90 plus Outstanding.
Arabica / canephora
| Chromosomen |
4n = 44 / 2n = 22 |
| Bevruchting |
zelfbevruchtend / kruisbevruchtend |
| Hoogte |
1.000–2.200 m / 0–900 m |
| Temperatuur |
18–22 °C / 22–30 °C |
| Cafeïne |
0,9–1,5% / 1,6–2,7% |
| Lipiden |
15–17% / 10–12% |
| Chlorogeenzuren |
5–8% / 7–10% |
| Sacharose |
6–9% / 3–7% |
| Roest |
gevoelig / weerbaar |
| Cuppingformulier |
SCA / CQI Fine Robusta |
Bron · SCA, CQI Fine Robusta Standards, en Illy & Viani voor de chemie; percentages zijn op drooggewicht en indicatief
02VariëteitenGreen · Varieties↕
Twee stammen, en alles wat daaruit kwam
Een variëteit is een lijn binnen een soort. Zij bepaalt de vorm van de boon, de opbrengst van de boom, de weerbaarheid tegen ziekte, en een deel van wat er in het kopje mogelijk is.
Vrijwel alle Latijns-Amerikaanse koffie voert terug op twee lijnen: Typica en Bourbon. Typica ging via Java en de Amsterdamse Hortus naar het Caribisch gebied; Bourbon via het eiland Bourbon, nu Réunion. Caturra is een dwergmutatie van Bourbon, Mundo Novo een natuurlijke kruising van Bourbon en Typica, en Catuaí weer een kruising van die twee.
Dat is geen stamboomkunde om de stamboomkunde. Het verklaart waarom een lot met vier variëteiten erin toch als één partij te branden is: als die vier dicht bij elkaar liggen, rijpen ze vergelijkbaar en reageren ze vergelijkbaar op energie.
In 2012 veranderde dat landschap. Een roestepidemie trok door Midden-Amerika en kostte sommige landen de helft van hun oogst. De oplossing bestond al: op Timor was ooit een spontane kruising tussen arabica en canephora gevonden, en daaruit zijn de resistente lijnen gekweekt. Castillo in Colombia, Lempira in Honduras, Marsellesa in Nicaragua.
Die lijnen hebben lang een slechte naam gehad in de specialty-wereld, en soms terecht: vroege catimors leverden op hoogte een vlakker kopje. De nieuwere generaties doen dat verwijt steeds minder eer aan, en inmiddels staan F1-hybriden op competities. Een variëteitsnaam is dus geen kwaliteitsoordeel, in geen van beide richtingen.
De vijf genetische groepen
Open een groep voor de volledige lijst. De derde kolom is resistentie tegen koffieroest, en die verklaart waarom de introgressielijnen bestaan.
Ethiopische landrassen6↕
Lokale populaties uit het ontstaansgebied, vaak niet als enkele lijn maar als mengsel geplant en verhandeld. Hier zit vrijwel alle genetische diversiteit van de soort.
6 variëteiten
| Ethiopische landrassen |
lokale populaties Ethiopië |
varieert |
| JARC 74110 / 74112 / 74158 |
selecties JARC Ethiopië |
deels |
| Gesha (Geisha) |
Gori Gesha, Ethiopië |
deels |
| Chiroso |
Ethiopisch materiaal, Colombia |
gevoelig |
| Bernardina |
Ethiopisch materiaal, El Salvador |
gevoelig |
| Wush Wush |
Ethiopië, via Colombia |
gevoelig |
Bron · World Coffee Research, Arabica Varieties Catalog; derde kolom is resistentie tegen koffieroest
Typica–Bourbon-afstammelingen30↕
De twee lijnen die via Jemen, Java en Réunion de wereld in gingen en waaruit vrijwel alle Latijns-Amerikaanse koffie voortkomt. Genetisch smal: twee stammen aan de basis van een heel continent.
30 variëteiten
| Typica |
Jemen via Java en Amsterdam |
gevoelig |
| Criollo / Arábigo / Nacional |
Typica |
gevoelig |
| Blue Mountain |
Typica, Jamaica |
deels |
| Kona |
Typica, Hawaï |
gevoelig |
| Kent |
Typica-selectie, India |
deels |
| San Ramón |
Typica-mutatie |
gevoelig |
| Maragogipe |
Typica-mutatie, Brazilië |
gevoelig |
| Pache Comum |
Typica-mutatie, Guatemala |
gevoelig |
| Pache Colís |
Pache Comum × Caturra |
gevoelig |
| Villalobos |
Typica-selectie, Costa Rica |
gevoelig |
| Bourbon |
Jemen via Réunion (Bourbon) |
gevoelig |
| Caturra |
Bourbon-mutatie, Brazilië |
gevoelig |
| Pacas |
Bourbon-mutatie, El Salvador |
gevoelig |
| Villa Sarchi |
Bourbon-mutatie, Costa Rica |
gevoelig |
| Mundo Novo |
Bourbon × Typica (natuurlijk) |
gevoelig |
| Catuaí |
Mundo Novo × Caturra |
gevoelig |
| Acaiá |
Mundo Novo-selectie |
gevoelig |
| Pacamara |
Pacas × Maragogipe |
gevoelig |
| Maracaturra |
Maragogipe × Caturra |
gevoelig |
| Maracaturra / Maragesha e.a. |
Maragogipe-kruisingen |
gevoelig |
| SL28 |
Tanganyika Drought Resistant, Kenia |
gevoelig |
| SL34 |
French Mission (Bourbon), Kenia |
gevoelig |
| French Mission |
Bourbon, Oost-Afrika |
gevoelig |
| K7 |
French Mission-selectie, Kenia |
deels |
| Mayagüez |
Bourbon, Rwanda/Burundi |
gevoelig |
| Jackson |
Bourbon-selectie, Rwanda/Burundi |
gevoelig |
| Arusha |
Typica of French Mission |
gevoelig |
| Mibirizi |
Bourbon-selectie, Rwanda |
gevoelig |
| Laurina |
Bourbon-mutatie, Réunion |
gevoelig |
| Mokka (Mocca) |
Jemenitisch/Bourbon-dwerg |
gevoelig |
Bron · World Coffee Research, Arabica Varieties Catalog; derde kolom is resistentie tegen koffieroest
Introgressielijnen22↕
Variëteiten met canephora-DNA, vrijwel altijd via Híbrido de Timor, ingebracht voor resistentie tegen roya. Catimor- en Sarchimor-families.
22 variëteiten
| Híbrido de Timor (HdT) |
natuurlijke arabica × canephora |
resistent |
| Catimor |
Caturra × Híbrido de Timor |
resistent |
| Sarchimor |
Villa Sarchi × Híbrido de Timor |
resistent |
| Castillo |
Caturra × Híbrido de Timor (Catimor) |
resistent |
| Colombia (variëteit) |
Catimor-lijn, Cenicafé |
resistent |
| Cenicafé 1 |
Catimor-lijn, Cenicafé |
resistent |
| Costa Rica 95 |
Sarchimor-lijn |
resistent |
| Obatã |
Sarchimor-lijn, Brazilië |
resistent |
| Tupi |
Sarchimor-lijn, Brazilië |
resistent |
| IAPAR 59 |
Sarchimor-lijn, Brazilië (IAPAR Paraná) |
resistent |
| Lempira |
Catimor-lijn, Honduras |
resistent |
| Parainema |
Sarchimor-lijn, Honduras |
resistent |
| IHCAFE 90 |
Catimor-lijn, Honduras |
resistent |
| Marsellesa |
Sarchimor-lijn, Nicaragua/ECOM |
resistent |
| Anacafé 14 |
Pacamara × Catimor, Guatemala |
resistent |
| Sachimor / Limani / Fronton |
Sarchimor-lijnen |
resistent |
| Ruiru 11 |
complexe kruising, Kenia |
resistent |
| Batian |
Ruiru 11-lijn, Kenia |
resistent |
| Sln 9 (Selection 9) |
Tafarikela × Híbrido de Timor |
resistent |
| Catisic |
Catimor-lijn, El Salvador |
resistent |
| Oro Azteca |
Catimor-lijn, Mexico |
resistent |
| TAFC / Gayo-selecties |
Catimor-lijnen, Indonesië |
resistent |
Bron · World Coffee Research, Arabica Varieties Catalog; derde kolom is resistentie tegen koffieroest
F1-hybriden6↕
Eerste-generatiekruisingen tussen genetisch ver uiteenliggende ouders, met hybride vigor: hoge opbrengst én kopkwaliteit. Zaad vererft niet stabiel, dus vermeerdering gaat via stekken of somatische embryogenese — behalve bij Starmaya, dat via een mannelijk steriele moeder wél uit zaad gaat.
6 variëteiten
| Centroamericano (H1) |
Rume Sudan × Sarchimor T5296 |
resistent |
| Starmaya |
Ethiopisch landras × Marsellesa |
resistent |
| H3 |
Ethiopisch landras × Caturra |
deels |
| Mundo Maya |
Ethiopisch landras × Sarchimor |
resistent |
| Esperanza / Evaluna / Nayarita |
CIRAD/ECOM-lijnen |
resistent |
| Milenio |
Ethiopisch landras × Sarchimor |
resistent |
Bron · World Coffee Research, Arabica Varieties Catalog; derde kolom is resistentie tegen koffieroest
Overige en interspecifiek7↕
Lijnen die buiten de vier groepen hierboven vallen, waaronder de Indiase S-selecties en kruisingen met andere soorten.
7 variëteiten
| S795 |
Kent × S.288 (S.288 draagt liberica-DNA) |
deels |
| S288 |
arabica × liberica-afgeleid, India |
deels |
| Arabusta |
arabica × canephora (tetraploïd gemaakt) |
resistent |
| Conilon |
C. canephora, Guinese groep, Brazilië |
n.v.t. |
| Nganda / Erecta |
C. canephora, Oeganda |
n.v.t. |
| BP-, SA- en BL-klonen |
C. canephora-klonen, Indonesië |
n.v.t. |
| TR-klonen |
C. canephora-klonen, Vietnam |
n.v.t. |
Bron · World Coffee Research, Arabica Varieties Catalog; derde kolom is resistentie tegen koffieroest
Wat geen variëteit is
Op etiketten staat van alles in het variëteitsveld wat er niet thuishoort. Java, Mandheling, Supremo, Mocha en Santos zijn herkomsten of sorteringsklassen. Heirloom is een verzamelnaam voor Ethiopische landrassen en benoemt geen enkele lijn. Peaberry is een boonvorm.
Red Bourbon en Yellow Bourbon zijn wél allebei Bourbon: de kleur slaat op de rijpe kers, niet op een aparte lijn. Voor de plukker is dat verschil praktisch, want bij een gele kers is het oogstmoment op het oog lastiger te beoordelen.
Staat in het variëteitsveld, hoort er niet
| Java |
regio- en handelsnaam (Indonesië); de variëteit Java bestaat wél, als Ethiopisch-afgeleide lijn via Java — let op het verschil |
|
| Mandheling |
handelsnaam voor Noord-Sumatraanse koffie |
|
| Lintong |
regio op Sumatra |
|
| Gayo |
regio en volk in Atjeh |
|
| Toraja / Kalossi |
regio op Sulawesi; de variëteit is meestal S795 |
|
| Santos |
havennaam Brazilië, niet de variëteit |
|
| Mocha / Moka |
havennaam Jemen; de dwergvariëteit heet Mokka |
|
| Supremo / Excelso |
Colombiaanse sorteringsklassen |
|
| Blue Mountain |
regio in Jamaica én een Typica-selectie — controleer welke van de twee bedoeld is |
|
| Harar / Sidamo / Yirgacheffe / Guji / Limu |
Ethiopische regio’s |
|
| Kona |
district op Hawaï én een Typica-selectie |
|
| Monsooned Malabar |
een naverwerking, geen variëteit |
|
| Peaberry / Caracolillo / PB |
een boonvorm, geen variëteit |
|
Bron · eigen samenstelling, naar aanleiding van wat wij op specificaties tegenkomen
03VerwerkingGreen · Processing↕
Één vraag, en alle methoden zijn een antwoord erop
De koffiekers is een vrucht. Van buiten naar binnen: schil, vruchtvlees, mucilage, perkament, zilvervlies en dan pas de boon. Alle verwerking draait om één beslissing.
De kers van buiten naar binnen
| Schil |
Buitenste laag; kleurt bij rijping rood, geel of oranje, afhankelijk van de variëteit |
|
| Vruchtvlees en mucilage |
Het vruchtvlees en daarbinnen de mucilage: een kleverige pectinelaag met 15–20% suikers. Dit is de laag waar alle verwerkingsmethoden om draaien |
|
| Perkament (pergamino) |
Harde vezelige laag om de boon. Blijft zitten tot het pellen en beschermt de boon tijdens het rusten |
|
| Zilvervlies (silverskin) |
Dun vliesje op de boon zelf. Blijft deels achter in de groef en wordt bij het branden chaff |
|
| De boon |
Het zaad. Bevat de celstructuur, de suikers, de zuren, de chlorogeenzuren en de cafeïne waar het branden mee werkt |
|
| Kiem |
Klein kiempje aan de basis van de boon; bepaalt of het zaad kan ontkiemen en is voor de brander niet van belang |
|
Bron · algemene plantkunde
Die beslissing is: hoeveel van die lagen laat je om de boon zitten terwijl zij droogt, en hoe breek je de mucilage af? Mucilage is de kleverige pectinelaag met vijftien tot twintig procent suiker erin. Blijft die zitten, dan fermenteert zij mee en werkt zij door in de boon. Gaat zij eraf, dan droogt de boon kaal.
Gewassen koffie haalt alles eraf vóór het drogen: de helderste zuurgraad, en de variëteit en de herkomst komen het onbedekst naar voren. Natural laat de hele kers om de boon drogen: meer body, meer fruitzoetheid, en het grootste risico op fouten. Honey zit ertussenin en laat de mucilage geheel of gedeeltelijk zitten.
Daarnaast ligt een tweede as die er los van staat: de fermentatie zelf. Met of zonder zuurstof, met of zonder koolzuur, geneut met een gist, lang of kort, koel of warm. Een koffie kan dus tegelijk honey én anaeroob zijn. Dat zijn twee uitspraken en geen keuze tussen twee.
Indonesië heeft een eigen antwoord: giling basah, wet hulled. Daar gaat niet alleen de mucilage maar ook het perkament eraf terwijl de boon nog dertig tot vijftig procent vocht heeft. Dat maakt de boon kwetsbaar en geeft haar het typische open, misvormde uiterlijk en de diepblauwgroene kleur — en de zware, kruidige, laagzure kop.
Hoeveel vruchtvlees zit er nog om de boon tijdens het drogen
| Gewassen |
geen — volledig verwijderd |
|
| Natural |
alles — de hele kers droogt om de boon |
|
| Honey |
mucilage blijft geheel of gedeeltelijk zitten |
|
| Wet hulled |
mucilage er af, perkament er af bij hoog vochtgehalte |
|
| Semi-washed |
mucilage mechanisch verwijderd, geen fermentatiestap |
|
Bron · eigen ordening; de methoden zelf zijn algemeen gangbaar
Waarom honey vijf namen heeft
White, yellow, golden, red en black honey zijn geen vijf methoden maar één methode met een regelknop: hoeveel mucilage blijft zitten, en hoe snel mag het drogen. Meer laag en langzamer drogen betekent meer body en meer zoetheid, en ook meer risico.
De percentages zijn nergens genormeerd. Twee producenten kunnen met red honey iets anders bedoelen, en de naam zegt dus minder dan de droogcurve. Wij noteren daarom liever wat er feitelijk gebeurde dan alleen het woord.
Honey van licht naar donker
| White honey |
circa 10–25% mucilage blijft zitten |
|
| Yellow honey |
circa 25–50% |
|
| Golden honey |
circa 25–50%, maar langzamer en in de schaduw |
|
| Red honey |
circa 50–75% |
|
| Black honey |
circa 75–100% |
|
Bron · percentages zijn indicatief en nergens genormeerd
De tweede as · fermentatie↕
De tweede as: hoe de mucilage afbreekt
| Aeroob (open fermentatie) |
De klassieke stap. Micro-organismen uit de omgeving breken pectine af; wat er groeit hangt af van wat er aanwezig is. |
| Anaeroob |
Zonder zuurstof verschuift de microbiële populatie naar melkzuur- en gistvorming. Meer zuren, hogere intensiteit, meer risico. |
| Carbonic maceration |
CO₂ verdringt zuurstof zonder vacuüm en verlaagt de pH sneller. Vaak omschreven als wijnachtig. |
| Lactische fermentatie |
Gericht op melkzuur in plaats van azijnzuur: rondere zuurgraad, yoghurt- en roomachtige noten. |
| Geënte fermentatie (gist of cultuur) |
Maakt het resultaat reproduceerbaar in plaats van afhankelijk van de omgeving. Commerciële stammen zijn verkrijgbaar. |
| Thermische schok |
Beïnvloedt welke micro-organismen actief blijven; wordt vaak met anaerobe stappen gecombineerd. |
| Verlengde fermentatie |
Meer tijd betekent meer omzetting en meer risico op azijn, uien en overfermentatie. |
| Koude of gekoelde fermentatie |
Vertraagt de omzetting en verlengt het venster waarin de producent kan ingrijpen. |
| Geen fermentatiestap |
De mucilage wordt afgeschuurd in plaats van afgebroken. Spaart water en tijd, levert een vlakker kopje. |
Bron · eigen ordening; zuurstof en duur staan in het Groenboek, want ze verschillen sterk per producent
Drogen↕
Droogmethoden
| Patio (betonnen vloer) |
Goedkoop en groot; vraagt harken om gelijkmatig te drogen en is gevoelig voor regen. |
|
| Verhoogd bed (raised bed, African bed) |
Lucht van onder en boven; gelijkmatiger en sneller dan patio. |
|
| Droogtafel onder schaduwnet |
Trager drogen, minder risico op scheuren van de boon. |
|
| Mechanische droger (guardiola, Pinhalense) |
Voorspelbaar en weerbestendig; te snel drogen beschadigt de celstructuur. |
|
| Parabolische droger (marquesina, solar dryer) |
Een tunnel van plastic: zonnewarmte zonder regen. |
|
| Gefaseerd: schaduw dan zon |
Eerst langzaam in de schaduw om de buitenkant niet te laten verharden, daarna af in de zon. |
|
Bron · algemeen gangbaar
04SorteringGreen · Grading↕
Vier dingen worden gemeten, en geen enkele is smaak
Er bestaat geen wereldwijde sorteringsnorm. Elk land meet iets anders, en wie twee herkomsten vergelijkt moet eerst weten wélk ding er gemeten is.
Het zijn er vier. Zeefmaat meet boongrootte in zestigvierde inch: Kenia AA, Colombia Supremo, Size 18. Hoogte meet de hoogte waarop de koffie groeide, als benadering van dichtheid: SHB, SHG, Strictly Hard Bean. Defectwaarde meet zuiverheid, door afwijkingen gewogen te tellen per vast staal. En voorbereiding beschrijft hoe streng er geselecteerd is.
Kopkwaliteit staat daar los van. Een cuppingscore meet smaak, en de vier assen hierboven meten dat geen van alle. Alleen Rwanda en Burundi hebben de score in hun grade-namen gezet, en dat maakt hun systeem lastig vergelijkbaar met de rest.
Zo wordt een aanduiding als Size 18 SHB-EP leesbaar: dat zijn drie onafhankelijke uitspraken achter elkaar, over formaat, hoogte en selectie. Niet één keurmerk met drie delen.
De grootste valkuil is AA. Bij Kenia en Tanzania is AA uitsluitend een zeefmaat, en een AB van dezelfde farm kan hoger cuppen dan de AA. De prijsopslag op AA is marktgedrag, geen kwaliteitsbewijs. Groter is alleen gelijkmatiger, en gelijkmatiger brandt voorspelbaarder.
Even belangrijk: aanduidingen zijn niet overdraagbaar tussen landen. Strictly Hard Bean bestaat in Guatemala vanaf 1.350 meter en in Costa Rica vanaf 1.200, maar in Brazilië bestaat de term helemaal niet. Dat land werkt met defecttypes, schermmaten en een eigen kopladder van Estritamente Mole tot Rio.
Wat er gemeten wordt
| 1 · Zeefmaat |
boongrootte in zestigvierde inch |
|
| 2 · Hoogte |
hoogte als benadering van dichtheid |
|
| 3 · Defectwaarde |
gewogen afwijkingen per vast staal |
|
| 4 · Voorbereiding |
selectie en afwerking van de partij |
|
| Apart · Kopkwaliteit |
sensorische score — staat apart |
|
Bron · eigen ordening over de nationale systemen heen
Zeefmaten↕
Zeefmaten in zestigvierde inch
| 20/64 |
Zeer groot; Maragogipe, Elephant |
7,94 mm |
| 19/64 |
AA-bovengrens, Extra Fancy |
7,54 mm |
| 18/64 |
AA (Kenia, Tanzania), Supremo, Size 18 |
7,14 mm |
| 17/64 |
AA-ondergrens, Santos 17/18, Supremo |
6,75 mm |
| 16/64 |
AB, Excelso-bovengrens |
6,35 mm |
| 15/64 |
AB-ondergrens, Excelso, Yemen AA |
5,95 mm |
| 14/64 |
C, Caracol-grens, Yemen A |
5,56 mm |
| 13/64 |
Kleine bonen, Ecuador Especial |
5,16 mm |
| 12/64 |
Ondergrens export in veel landen |
4,76 mm |
Bron · internationale zeefreeks; de enige sorteringsas die overal hetzelfde meet
De ladders per land
Hieronder staan de systemen van de belangrijkste productielanden. Waar wij een ladder bij een norm of nationale instantie hebben kunnen natrekken, staat dat erbij; waar het alleen handelsgebruik is, staat dat er ook bij. Dat is het verschil tussen een feit en een gewoonte, en het leek ons niet netjes om dat weg te laten.
Zuid-Amerika7 landen↕
Brazilië
Arabica, Canephora (Conilon) · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
New York / Santos-type (defectwaarde per 300 g)
| Type 2 |
4 defectpunten |
| Type 3 |
12 defectpunten |
| Type 4 |
26 defectpunten |
| Type 5 |
46 defectpunten |
| Type 6 |
86 defectpunten |
| Type 7 |
160 defectpunten |
| Type 8 |
360 defectpunten |
Bron · Classificação Oficial Brasileira (COB) / BM&F
Schermmaat
| Screen 17/18 |
vlakke boon, groot |
| Screen 15/16 |
vlakke boon, middel |
| Screen 13/14 |
vlakke boon, klein |
| Moka / Peaberry |
ronde boon, eigen zeefreeks |
Bron · handelsgebruik
Kopladder (bebida)
| Estritamente Mole |
Strictly Soft |
| Mole |
Soft |
| Apenas Mole |
Softish |
| Dura |
Hard |
| Riada |
Rioy, beginnend jodiumachtig |
| Rio |
Jodiumachtig |
| Rio Zona |
Sterk jodiumachtig |
Bron · COB
Brazilië kent geen Strictly Hard Bean. SHB is Midden-Amerikaans en zegt daar iets over hoogte. Staat SHB op een Braziliaanse specificatie, dan is het een handelsomschrijving van de exporteur en geen nationale classificatie; noteer dan wat er feitelijk bekend is (type, schermmaat, bebida) en vraag de rest op. ‘Dura’ betekent hier een kopkenmerk, niet een harde boon.
Colombia
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Zeefmaat (exportklassen)
| Premium / Super Supremo |
zeef 18 en groter |
| Supremo |
zeef 17 en groter |
| Extra |
zeef 16 en groter |
| Excelso EP |
zeef 15 en groter, European Preparation |
| Excelso UGQ |
zeef 14 en groter, Usual Good Quality |
| Caracol (peaberry) |
ronde boon, eigen zeefreeks |
Bron · Federación Nacional de Cafeteros (FNC)
Supremo en Excelso zijn zeefklassen, geen kwaliteitsoordeel; een Excelso kan hoger cuppen dan een Supremo. Alle Colombiaanse export moet minimaal Excelso zijn. Let op: ‘Colombia’ is ook een variëteitsnaam — zie groen_soorten.
Peru
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Hoogte
| SHB / Strictly Hard Bean |
vanaf circa 1.350 m |
| HB / Hard Bean |
circa 1.200–1.350 m |
Bron · handelsgebruik, naar Midden-Amerikaans model
Voorbereiding
| Grade 1 / EP |
European Preparation |
| Grade 2 |
ruimere defecttolerantie |
Bron · handelsgebruik
Peru leent het Midden-Amerikaanse hoogtevocabulaire; het is geen eigen nationale norm.
Ecuador
Arabica, Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Exportklassen
| Superior |
75% op zeef 15–19 |
| Especial |
zeef 13–14, maximaal circa 2% defecten |
| Selecto |
klein tot middel, maximaal circa 3% defecten |
Bron · handelsgebruik / ANECAFÉ
Ook de term Galápagos komt voor; dat is een herkomst, geen grade.
Bolivia
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Handelsklassen
| Supremo |
zeef 17–18 |
| Extra |
zeef 16 |
| Especial / EP |
European Preparation |
Bron · handelsgebruik
Kleine productie, grotendeels als microlot verhandeld; de farm- of cooperatienaam doet hier meer werk dan de grade.
Venezuela
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Historische klassen
| Lavado Fino |
gewassen, fijn |
| Lavado Primera |
gewassen, eerste |
| Maracaibo / Mérida / Táchira |
herkomstgebonden handelsnamen |
Bron · historisch handelsgebruik
Export is sterk teruggelopen; de oude klassenamen leven vooral nog in de literatuur.
Guyana
Liberica, Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Geen eigen gepubliceerd systeem gevonden.
Zeer kleine productie, geen gepubliceerd nationaal systeem.
Noord-Amerika13 landen↕
Guatemala
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Hoogte (Anacafé)
| Strictly Hard Bean (SHB) |
vanaf circa 1.350 m (4.500 ft) |
| Hard Bean (HB) |
circa 1.200–1.350 m |
| Semi Hard Bean (SH) |
circa 1.050–1.200 m |
| Extra Prime Washed (EPW) |
circa 900–1.050 m |
| Prime Washed (PW) |
circa 750–900 m |
| Extra Good Washed (EGW) |
circa 600–750 m |
| Good Washed (GW) |
onder circa 600 m |
Bron · Anacafé
Voorbereiding
| European Preparation (EP) |
handselectie; richtlijn maximaal circa 8 defecten per 300 g |
| American Preparation (AP) |
ruimer; richtlijn circa 23 defecten per 300 g |
Bron · handelsgebruik
De hoogtedrempel voor SHB is 1.350 m. Importeurskaarten noemen soms 1.600–1.700 m voor Guatemala; dat is een kolom met typische teelthoogten en niet de drempel. Hoogte is hier geen smaakuitspraak: ‘hard’ beschrijft de dichte structuur van de groene boon.
Costa Rica
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Hoogte
| Strictly Hard Bean (SHB) / SHG |
vanaf circa 1.200 m |
| Good Hard Bean (GHB) |
circa 1.000–1.200 m |
| Medium Hard Bean (MHB) |
onder circa 1.000 m |
| High Grown Atlantic (HGA) |
Atlantische zijde, circa 900–1.200 m |
| Medium Grown Atlantic (MGA) |
Atlantische zijde, lager |
| Low Grown Atlantic (LGA) |
Atlantische zijde, laagst |
Bron · ICAFE
Voorbereiding
| EP |
European Preparation |
| Especial |
exporteursselectie |
Bron · handelsgebruik
Costa Rica kent SHB wél als nationale hoogteklasse, met een lagere drempel dan Guatemala (1.200 tegen 1.350 m). Robusta is in Costa Rica wettelijk beperkt geweest; arabica is de norm.
Honduras
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Hoogte (IHCAFE)
| Strictly High Grown (SHG) |
vanaf circa 1.200 m |
| High Grown (HG) |
circa 900–1.200 m |
| Central Standard (CS) |
circa 500–900 m |
Bron · IHCAFE
SHG en SHB meten hetzelfde (hoogte) met een ander woord: ‘grown’ in plaats van ‘bean’. Niet vertalen als twee systemen.
El Salvador
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Hoogte
| Strictly High Grown (SHG) |
vanaf circa 1.200 m |
| High Grown (HG) |
circa 900–1.200 m |
| Central Standard (CS) |
circa 500–900 m |
Bron · Consejo Salvadoreño del Café
Nicaragua
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Hoogte
| Strictly High Grown (SHG) |
vanaf circa 1.200 m |
| High Grown (HG) |
circa 900–1.200 m |
| Central Standard (CS) |
circa 500–900 m |
Bron · handelsgebruik
Panama
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Hoogte
| SHB |
vanaf circa 1.200 m |
| HB |
lager |
Bron · handelsgebruik
In de praktijk draait Panama op farm- en variëteitsnaam (Hacienda La Esmeralda, Gesha) en op veilingscores, niet op een nationale ladder.
Mexico
Arabica, Canephora · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Hoogte
| Strictly High Grown (SHG) / Altura |
vanaf circa 1.400 m |
| High Grown (HG) |
circa 1.000–1.400 m |
| Prime Washed |
circa 700–1.000 m |
| Good Washed |
onder circa 700 m |
Bron · handelsgebruik / SAGARPA
Voorbereiding
| Extra Prima Lavado (EP) |
zeef 14+, richtlijn circa 21 defecten |
| Prima Lavado (AP) |
zeef 14+, richtlijn circa 30 defecten |
Bron · handelsgebruik
Altura betekent hoogte en is synoniem met High Grown. Coatepec, Pluma en Chiapas zijn herkomsten, geen grades.
Belize
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Geen eigen gepubliceerd systeem gevonden.
Jamaica
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Blue Mountain-klassen
| Blue Mountain No. 1 |
zeef 17–18, maximaal circa 2–3% defecten |
| Blue Mountain No. 2 |
zeef 16 |
| Blue Mountain No. 3 |
zeef 15 |
| Blue Mountain Peaberry |
ronde boon |
| High Mountain Supreme |
buiten het Blue Mountain-gebied, lager |
| Prime Washed / Triage |
maximaal circa 5% defecten, zeef 15 |
Bron · Jamaica Coffee Industry Board
Blue Mountain is een wettelijk beschermd herkomstgebied met een hoogte- en districtsgrens; de naam is dus herkomst én grade. Blue Mountain is óók een Typica-selectie.
Dominicaanse Republiek
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Handelsklassen
| Supremo / Altura |
hoogste hoogteklasse |
| Barahona, Cibao, Ocoa, Bani |
herkomstgebonden klassen |
Bron · handelsgebruik
Herkomstnamen functioneren hier als kwaliteitsaanduiding.
Haïti
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Handelsklassen
| Haitian Bleu |
coöperatieselectie |
Bron · handelsgebruik
Haitian Bleu is een merk van een coöperatieverband.
Cuba
Arabica, Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Zeefmaat
| Extra Turquino Lavado (ETL) |
zeef 19+ |
| Turquino Lavado (TL) |
zeef 18 |
| Altura Lavado (AL) |
zeef 17 |
| Montaña Lavado (ML) |
zeef 16 |
| Caracolillo |
peaberry |
Bron · Cubaexport
Crystal Mountain is een handelsnaam, geen officiële grade.
Puerto Rico
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Handelsklassen
| Grand Lares, Yauco Selecto |
herkomstselecties |
Bron · handelsgebruik
Afrika14 landen↕
Ethiopië
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Defectwaarde (ECX / ECTA)
| Grade 1 |
0–3 defecten per 300 g |
| Grade 2 |
4–12 defecten |
| Grade 3 |
13–25 defecten |
| Grade 4 |
26–45 defecten |
| Grade 5 |
46–100 defecten |
| Grade 6 t/m 9 |
meer dan 100 defecten, binnenlandse markt |
| UG (Under Grade) |
onder exportkwaliteit |
Bron · Ethiopian Commodity Exchange / Coffee and Tea Authority
Specialty-indeling
| Q1 |
score 85+ |
| Q2 |
score 80–84,99 |
| Commercial |
onder 80 |
Bron · ECTA
Grade 1 en Grade 2 bestaan zowel gewassen als natural; noteer altijd welke. Yirgacheffe, Sidamo, Guji, Limu, Harar, Jimma en Lekempti zijn herkomsten, geen grades. Sinds 2017 mogen producenten buiten de ECX om exporteren, waardoor farmnamen zichtbaar werden. Heirloom is geen variëteit maar een verzamelnaam — zie groen_soorten.
Kenia
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Zeefmaat
| E (Elephant) |
zeef 19+, samengegroeide bonen |
| AA |
zeef 17–18 |
| AB |
zeef 15–16 |
| PB (Peaberry) |
ronde boon |
| C |
zeef 14 en kleiner |
| TT |
lichte bonen uit AA/AB, van de dichtheidstafel |
| T |
fragmenten en gruis |
| MH / ML (Mbuni) |
natural van overrijpe of gevallen kers |
Bron · Nairobi Coffee Exchange / AFA Coffee Directorate
AA is uitsluitend een maat. Een AB kan hoger cuppen dan een AA van dezelfde farm; de prijsopslag op AA is markt, geen kwaliteitsbewijs. Mbuni is een verwerkingscategorie, niet een zeefmaat. Op veilingen staat er een outturn-nummer bij: dat is de partij-identificatie.
Tanzania
Arabica, Canephora · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Zeefmaat
| AA |
zeef 18+ |
| A |
zeef 17 |
| B |
zeef 16 |
| AB |
zeef 15–17 |
| PB |
peaberry |
| C |
zeef 14 |
| E |
elephant |
| F / TT / UG |
lichte bonen en fragmenten |
Bron · Tanzania Coffee Board
Kilimanjaro, Mbeya en Mbinga zijn herkomsten. Robusta uit Kagera volgt een eigen reeks.
Oeganda
Canephora (meerderheid), Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Robusta (screen)
| Screen 18 |
FAQ en hoger |
| S |
c |
| S |
c |
| S |
c |
| S |
c |
| BHP |
Black, Husk, Pods |
| Organic FAQ |
Fair Average Quality |
Bron · Uganda Coffee Development Authority
Arabica
| Bugisu AA |
zeef 18+ |
| Bugisu A |
zeef 17 |
| Bugisu B |
zeef 15–16 |
| Bugisu PB |
peaberry |
| Drugar |
dry Ugandan arabica, natural |
| Wugar |
washed Ugandan arabica |
Bron · UCDA
Drugar en Wugar zijn samentrekkingen van verwerking en herkomst; ze staan dus bij Verwerking én bij Sortering. Oeganda is de grootste robusta-exporteur van Afrika.
Rwanda
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Kwaliteitsklassen (NAEB)
| Super Specialty |
score circa 90–100 |
| Specialty |
score circa 80–90 |
| Grade 1 |
score circa 70–79 |
| Grade 2 / Ordinary |
lager, met eigen defectgrenzen per 350 g |
Bron · National Agricultural Export Development Board
Rwanda en Burundi zijn de uitzondering op de regel dat sortering en kopkwaliteit gescheiden horen: hier zit de score ín de grade-naam. Noteer op onze pagina’s de score apart, zodat zij vergelijkbaar blijft. Potato Taste Defect (antestia-bug) is hier een bekend en specifiek risico.
Burundi
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Zeefmaat
| AA |
zeef 18 |
| AB |
zeef 16 |
| C |
zeef 14 |
| PB |
peaberry |
Bron · ODECA / handelsgebruik
Kwaliteitsklassen
| Fully Washed Grade A |
hoogste exportklasse |
| Grade B |
lager |
Bron · ODECA
Ook hier Potato Taste Defect als bekend risico.
DR Congo
Arabica, Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Kivu-klassen
| Kivu 2 |
hoogste gangbare exportklasse |
| Kivu 3 |
zeefmix en kleur |
| K |
i |
| K |
i |
Bron · handelsgebruik / ONAPAC
Kivu verwijst naar de regio; het nummer is de klasse. Robusta uit de Équateur-provincie volgt een eigen reeks.
Kameroen
Canephora, Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Handelsklassen
Bron · ONCC
Arabica vooral uit het westen (Bamiléké, Bamenda).
Ivoorkust
Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Robustaklassen
| Grade 0 |
beste |
| G |
r |
| G |
r |
| G |
r |
Bron · Conseil du Café-Cacao
Historisch het land van Arabusta.
Angola
Canephora, Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Historische klassen
| Ambriz |
herkomstklasse |
| A |
m |
| N |
o |
Bron · historisch handelsgebruik
Voor 1975 een van de grootste robustaproducenten; productie is sterk teruggelopen en wordt weer opgebouwd.
Tanzania (Zanzibar), Malawi, Zambia, Zimbabwe
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Zeefmaat naar Oost-Afrikaans model
| AA |
zeef 18 |
| AB |
zeef 15–16 |
| PB |
peaberry |
Bron · handelsgebruik
Malawi en Zambia volgen de Keniaanse letterreeks. Zimbabwe exporteerde onder de naam Chipinge.
Mozambique
Arabica, Racemosa · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Geen eigen gepubliceerd systeem gevonden.
Zeer kleine productie. Enige plek waar C. racemosa commercieel voorkomt (Gorongosa).
Madagaskar
Canephora, Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Geen eigen gepubliceerd systeem gevonden.
Overwegend robusta voor bulkexport.
Rest van Afrika
overwegend Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Geen eigen gepubliceerd systeem gevonden.
Ghana, Togo, Benin, Nigeria, Guinee, Sierra Leone, Liberia, Centraal-Afrikaanse Republiek, Gabon, Equatoriaal-Guinea, Republiek Congo, Soedan, Zuid-Soedan, São Tomé en Príncipe, Kaapverdië, Comoren, Mauritius, Réunion en Mayotte produceren koffie zonder eigen gepubliceerd gradesysteem, of in zulke kleine volumes dat de export via FAQ-contracten of per microlot loopt. Sierra Leone is de vindplaats van C. stenophylla; Réunion is de bakermat van Bourbon en van Laurina.
Azië11 landen↕
Indonesië
Arabica, Canephora, Liberica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Defectwaarde (SNI 01-2907)
| Grade 1 |
maximaal 11 defectpunten per 300 g |
| Grade 2 |
12–25 defectpunten |
| Grade 3 |
26–44 defectpunten |
| Grade 4a |
45–60 defectpunten |
| Grade 4b |
61–80 defectpunten |
| Grade 5 |
81–150 defectpunten |
| Grade 6 |
151–225 defectpunten |
Bron · Standar Nasional Indonesia 01-2907-2008
Robusta-voorbereiding
| WIB (West Indische Bereiding) |
gewassen robusta |
| EK (Ekspor Kwaliteit) |
droog verwerkt, gesorteerd |
| EK-1 / EK Special |
strenger gesorteerd |
Bron · handelsgebruik, Nederlandse herkomst van de afkortingen
De SNI-grades gelden voor arabica én robusta en zijn op defectwaarde gebouwd, niet op hoogte of zeefmaat. WIB en EK zijn voorbereidingsklassen voor robusta: WIB betekent gewassen, dus op honey- of natural-verwerkte koffie is WIB niet van toepassing. Mandheling, Lintong, Gayo, Toraja, Kalossi en Java zijn herkomsten. Giling basah (wet hulled) is verwerking.
Vietnam
Canephora (meerderheid), Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Robusta (TCVN 4193)
| Grade 1, screen 18 |
maximaal circa 2% defecten |
| Grade 1, screen 16 |
— |
| Grade 1, screen 13 |
— |
| Grade 2, screen 13 |
ruimere tolerantie |
| Grade 2, screen 12 |
— |
| Grade R1 / R2 |
handelsaanduiding voor robusta 1 en 2 |
Bron · TCVN 4193 (Vietnamese nationale norm)
De grade en de zeefmaat worden samen genoteerd (‘Grade 1 scr18’); los van elkaar zeggen ze te weinig. Vietnam is de grootste robusta-producent ter wereld. Arabica komt vooral uit Son La en Lam Dong (Cau Dat).
India
Arabica, Canephora, Liberica/Excelsa · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Arabica gewassen (Plantation)
| Plantation AAA |
grootst |
| Plantation AA |
zeef 18 |
| Plantation A |
zeef 17 |
| Plantation B |
zeef 16 |
| Plantation C |
zeef 15 |
| Plantation PB |
peaberry |
| Plantation Bulk / Blacks & Browns |
lager |
Bron · Coffee Board of India
Arabica natural (Cherry)
| Arabica Cherry AB |
— |
| Arabica Cherry PB |
— |
| Arabica Cherry C |
— |
Bron · Coffee Board of India
Robusta gewassen (Parchment)
| Robusta Parchment AA |
zeef 18 |
| Robusta Parchment A |
zeef 17 |
| Robusta Parchment PB |
peaberry |
Bron · Coffee Board of India
Robusta natural (Cherry)
| Robusta Cherry AA |
— |
| Robusta Cherry A |
— |
| Robusta Cherry PB |
— |
Bron · Coffee Board of India
Plantation betekent gewassen arabica en Cherry betekent natural — het zijn verwerkingsaanduidingen die in de grade-naam zitten. Parchment betekent gewassen robusta. Monsooned Malabar en Mysore Nuggets Extra Bold zijn eigen klassen met een naverwerking. Letterlijk ‘Bold’ betekent hier grote zeefmaat.
Timor-Leste
Arabica (Híbrido de Timor), Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Hoogteklassen
| Malbesi |
boven circa 1.200 m |
| Aifu |
circa 100–1.200 m |
| Liquecia |
onder circa 100 m |
Bron · handelsgebruik
De vindplaats van Híbrido de Timor, de natuurlijke arabica×canephora-kruising waaruit vrijwel alle roya-resistentie komt.
Filipijnen
Arabica, Canephora, Liberica, Excelsa · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Handelsklassen
| Grade 1 / Premium |
laagste defectwaarde |
| G |
r |
| G |
r |
Bron · Philippine Coffee Board / PNS
Het enige land waar alle vier commerciële soorten op schaal voorkomen. Barako is liberica. Kapéng Alamid is civetkoffie.
Thailand
Arabica, Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Handelsklassen
Bron · handelsgebruik
Arabica uit het noorden (Chiang Mai, Doi Chaang), robusta uit het zuiden.
Laos
Arabica, Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Geen eigen gepubliceerd systeem gevonden.
Bolaven-plateau; export vaak via Vietnamese of Thaise kanalen.
Myanmar
Arabica, Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Geen eigen gepubliceerd systeem gevonden.
Ywangan en Pyin Oo Lwin; jonge specialty-sector, grades meestal per exporteur.
China
Arabica, Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Yunnan-handelsklassen
| Grade A / Commercial |
zeef 16+ |
| G |
r |
| Specialty / microlot |
per exporteur |
Bron · handelsgebruik
Yunnan (Pu’er, Baoshan, Dehong) is het hoofdgebied; Hainan produceert robusta. Catimor domineert het areaal.
Jemen
Arabica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Handelsklassen
| AA |
zeef 15 |
| A |
zeef 14 |
| Mattari, Sanani, Hirazi, Ismaili |
herkomstklassen |
Bron · handelsgebruik
Zeefmaten liggen hier structureel lager dan elders; de bonen zijn klein en onregelmatig, en dat is geen defect maar het kenmerk van het Jemenitische landras. Mocha is de historische haven, geen variëteit.
Nepal, Sri Lanka, Maleisië, Cambodja, Taiwan
Arabica, Canephora, Liberica · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Geen eigen gepubliceerd systeem gevonden.
Kleine producties zonder eigen gepubliceerde gradesystemen. Sri Lanka was tot de roya-epidemie van 1869 een grote arabicaproducent; Maleisië produceert vooral liberica.
Oceanië2 landen↕
Papoea-Nieuw-Guinea
Arabica, Canephora · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Exportklassen
| AA |
zeef 18+ |
| A |
zeef 17, circa 20 defecten |
| AB |
zeef 16–17 |
| X |
gemengde zeef, circa 20 defecten |
| A/X |
gemengde zeef, circa 10 defecten |
| PB |
peaberry |
| Y / Y1 / Y2 |
smallholder-klassen |
| E |
elephant |
| T |
fragmenten |
Bron · Coffee Industry Corporation
Y-klassen komen van smallholder-gardens; AA en A van estates. Sigri en Arokara zijn estates, geen grades.
Australië, Nieuw-Caledonië, Vanuatu, Fiji, Salomonseilanden
Arabica, Canephora · gangbaar in de handel, niet bij een norm nagetrokken
Geen eigen gepubliceerd systeem gevonden.
Australië (Nieuw-Zuid-Wales, Queensland) werkt met machinale oogst en SCA-grading in plaats van een nationaal systeem.
Oceanië / VS1 landen↕
Verenigde Staten (Hawaï)
Arabica · nagetrokken bij een norm of nationale instantie
Hawaii-klassen
| Extra Fancy |
zeef 19, circa 10 defecten per pond |
| Fancy |
zeef 18, circa 16 defecten per pond |
| Number 1 |
zeef 16, circa 20 defecten per pond |
| Select |
circa 5% defecten |
| Prime |
circa 25 defecten per pond, geen zeefeis |
| Peaberry No. 1 / Prime |
ronde boon, eigen reeks |
Bron · Hawaii Department of Agriculture
Kona is een wettelijk begrensd district op Big Island; ‘Kona blend’ mag in Hawaï vanaf 10% Kona heten. Ook Maui, Kauai en Ka’u produceren. Californië produceert sinds kort op kleine schaal, zonder eigen gradesysteem.
05DefectenGreen · Defects↕
Niet elk afwijkend boontje telt even zwaar
Waar een land geen systeem heeft, of waar je twee partijen onderling vergelijkbaar wil maken, is er één maat die overal werkt: de defecttelling van de SCA.
In een staal van driehonderdvijftig gram worden de afwijkingen geteld en gewogen. Categorie 1 is zwaar: een volledig zwarte boon, een volledig zure boon, schimmel, een steentje. Eén zo’n boon is al één volledig defect, en voor specialty mogen er nul zijn.
Categorie 2 weegt lichter. Vijf floaters tellen voor één defect, tien bonen met lichte insectenschade ook. Een specialty-partij mag er maximaal vijf hebben, en geen quakers in het gebrande staal. Boven die grens heet het Premium, daarboven Exchange, en daaronder houdt het op.
Wat die telling niet vangt, is bijna net zo interessant. Potato Taste Defect zie je niet aan de boon maar ruik je onmiddellijk in het kopje, en één besmette boon bederft een hele kop. Ouderdom zie je soms aan een bleke kleur, maar vaak pas aan de verdwenen zuurgraad. Een partij kan fysiek vlekkeloos zijn en toch afvallen.
Categorie 1 — voor specialty: nul toegestaan
| Full black |
Geheel zwarte boon, binnen en buiten |
1 boon |
| Full sour |
Geheel bruin tot roodbruin, zure geur |
1 boon |
| Dried cherry / pod |
Gedroogde kers of deel ervan, nog om de boon |
1 boon |
| Fungus damage |
Geelbruine tot blauwgroene schimmelvlek |
1 boon |
| Foreign matter |
Steen, takje, metaal, touw, glas |
1 boon |
| Severe insect damage |
Drie of meer boorgangen per boon |
5 bonen |
Bron · SCA Green Coffee Grading Protocol; derde kolom is het aantal bonen dat voor één volledig defect telt
Categorie 2 — voor specialty: maximaal vijf volledige defecten
| Partial black |
Minder dan de helft zwart |
3 bonen |
| Partial sour |
Minder dan de helft bruin |
3 bonen |
| Parchment / pergamino |
Perkamentvlies nog geheel of deels aanwezig |
5 bonen |
| Floater |
Lichte, bleke, poreuze boon |
5 bonen |
| Immature / unripe |
Groen, gerimpeld, zilvervlies hecht vast |
5 bonen |
| Withered |
Gerimpeld en zeer licht, als een rozijn |
5 bonen |
| Shell |
Open, schelpvormige helft |
5 bonen |
| Broken / chipped / cut |
Gebroken of beschadigd fragment |
5 bonen |
| Hull / husk |
Los stukje gedroogde vruchtschil |
5 bonen |
| Slight insect damage |
Een of twee boorgangen per boon |
10 bonen |
Bron · SCA Green Coffee Grading Protocol
De SCA-klassen
| Specialty Grade |
0 defecten categorie 1 en maximaal 5 volledige defecten categorie 2; geen quakers in het gebrande staal; cupscore 80+ |
|
| Premium Grade |
maximaal 8 volledige defecten; maximaal 3 quakers toegestaan |
|
| Exchange Grade |
9–23 volledige defecten |
|
| Below Standard |
24–86 volledige defecten |
|
| Off Grade |
meer dan 86 volledige defecten |
|
Bron · staal: 350 g groene koffie, representatief voor de partij; vocht: 9–13% (gewassen vaak 10–12%)
Fouten die je niet ziet↕
Fouten die je niet aan de groene boon ziet
| Potato Taste Defect (PTD) |
Scherpe rauwe-aardappelgeur, meestal in één boon per kopje |
|
| Rioy / Rio |
Jodium- of carbolachtig |
|
| Fermented / stinker |
Overrijp, azijnachtig, rottend fruit |
|
| Baggy / sacky |
Jute, zak, muf |
|
| Woody |
Hout, stro, kartonnig; zuurgraad vrijwel verdwenen |
|
| Mouldy / musty |
Schimmelig, kelderachtig |
|
| Chemical / phenolic |
Medicinaal, plastic, rubber |
|
Bron · eigen samenstelling uit de cuppingpraktijk; Rio en Riada staan ook in de Braziliaanse kopladder
06Van kers naar zakGreen · Harvest to bag↕
Van kers naar zak, en wat er onderweg misgaat
Tussen de pluk en de brander zitten acht tot twaalf stappen, en bij elke stap kan kwaliteit verloren gaan die er niet meer in te branden valt.
Het begint bij plukken. Selectief plukken betekent alleen rijpe kersen, met de hand, in soms acht tot tien rondes per seizoen. Strippen haalt de hele tak in één beweging leeg, rijp en onrijp door elkaar. Het verschil is arbeid, en daarom is het ook prijs.
Dan het drogen, en daar zit de meeste schade. Te snel drogen laat de buitenkant van de boon verharden terwijl de kern nog vochtig is. Te ver doordrogen maakt haar bros. Het doel ligt tussen de tien en twaalf procent vocht, en boven de twaalfeneenhalf begint schimmelrisico.
Daarna rust de koffie dertig tot zestig dagen in perkament, zodat het vocht in de boon uitvlakt, en pas dan wordt zij gepeld. Vervolgens scheidt een dichtheidstafel de lichte bonen eruit, haalt een optische sorteerder de verkleurde eruit, en doet een hand de rest. Dat laatste is wat European Preparation beschrijft.
De zak zelf doet ook mee. Jute ademt, dus de koffie volgt de luchtvochtigheid van haar omgeving en neemt geuren op. Een binnenzak van meerlaags polyetheen houdt vocht en zuurstof grotendeels buiten, en dat is inmiddels de norm in specialty. Een zeereis duurt zes tot tien weken, en in de container loopt het overdag ver boven de dertig graden.
Plukmethoden en wat zij opleveren
| Selectief plukken |
Hoogste uniformiteit in rijpheid, dus de basis van specialty. Arbeidsintensief en op steile hellingen de enige optie |
|
| Strippen |
Snel en goedkoop; levert een mengsel van rijpheden dat je er later uit moet sorteren |
|
| Machinaal oogsten |
Alleen mogelijk op vlak terrein met uniforme aanplant. Moderne machines kunnen op rijpheid selecteren door de trillingsfrequentie af te stemmen |
|
| Rapen |
Laagste klasse; levert de kopfouten die Brazilië als Rio en Riada benoemt |
|
Bron · algemeen gangbaar
Na het drogen↕
Na het drogen
| Rusten (resting, reposo) |
30–60 dagen in perkament laat het vocht in de boon uitvlakken. Pellen vóór die tijd geeft een instabielere boon. |
| Pellen (hulling, pelado) |
Perkament en zilvervlies eraf. Bij natural gaat de hele gedroogde kers eraf en heet het pellen ook wel ‘hulling van de husk’. |
| Dichtheidsscheiding (densimetrische tafel) |
Scheidt op gewicht per volume: lichte, poreuze en onrijpe bonen gaan eruit. |
| Optische sortering |
Camera’s en luchtstoten verwijderen bonen op kleur en op fluorescentie. Haalt zwart, zuur en schimmel eruit. |
| Handselectie |
Wat de machine niet ziet, haalt de hand eruit. De basis van wat European Preparation beschrijft. |
| Monsooning |
Groene koffie wordt in de moesson blootgesteld aan vochtige lucht, zwelt op en verliest zuurgraad. De boon wordt bleekgeel. |
| Aged en vault-aged |
Bewuste veroudering onder gecontroleerde omstandigheden. Zuurgraad zakt, body wordt zwaarder, kruidigheid komt op. |
Bron · algemeen gangbaar
Hoe groene koffie reist↕
Hoe groene koffie reist
| Jute of sisal zak |
60 kg (standaard), 69 kg (Colombia), 70 kg (Midden-Amerika, Jamaica), 46,5 kg (India), 50 kg (diverse) |
|
| GrainPro / Ecotact (binnenzak) |
binnen een jutezak |
|
| Vacuümverpakking |
10–35 kg blokken |
|
| Big bag / bulk liner |
600–1.200 kg, of een containerliner van circa 20–21 ton |
|
| Houten of kartonnen kist |
15–30 kg |
|
Bron · handelspraktijk; de zakmaat staat op het contract en verschilt per land
Hoe ver een koffie terug te volgen is
Herleidbaarheid is geen aan-of-uit. Zij loopt van alleen een land, via een regio, een wasstation en een groep boeren, naar één farm, één perceel, en in het uiterste geval één lot met fermentatietijden en droogcurves erbij.
Wij noteren per koffie op welk niveau wij zitten, en vullen niets aan wat wij niet weten. Een regionale Huehuetenango van honderden kleine percelen heeft geen eigenaar om te noemen, en dat is geen gat maar een eigenschap van zo’n partij.
Zeven niveaus van herleidbaarheid
| 1 · Land |
Alleen het land van herkomst |
|
| 2 · Regio |
Land plus regio of departement |
|
| 3 · Coöperatie of wasstation |
De verwerkingsplaats is bekend, de individuele boer niet |
|
| 4 · Groep producenten |
Een benoemde groep boeren levert samen één partij |
|
| 5 · Farm of finca |
Eén benoemd bedrijf, met eigenaar |
|
| 6 · Perceel of lot binnen een farm |
Eén afgescheiden deel van één farm, vaak met variëteit en verwerkingswijze apart vastgelegd |
|
| 7 · Lot met volledige procesdata |
Perceel plus fermentatietijd, pH-verloop, droogcurve en cuppingprotocol |
|
Bron · eigen ordening; wij noteren per koffie op welk niveau wij zitten
Coffee Class · Praktijk
Wat wij hiermee doen
Elke koffie in onze winkel krijgt dezelfde velden, in dezelfde volgorde, of wij die nu kunnen invullen of niet. Een streepje betekent: bestaat wel, nog niet door ons vastgelegd. Een n.v.t. betekent: deze categorie bestaat niet voor deze koffie. Die twee zijn niet hetzelfde, en wij houden ze uit elkaar.
Wat wij niet doen is een aanduiding mooier maken dan zij is. Als op een specificatie een term staat die in het land van herkomst geen norm kent, dan schrijven wij dat op in plaats van er een hoogteklasse van te maken. Een aannemelijke gevolgtrekking is geen meting.
Dat is ook waarom deze pagina bestaat. Niet om te laten zien hoeveel wij weten, maar om leesbaar te maken wat er op onze productpagina’s staat — en waar de grenzen van die kennis liggen.
Coffee Class · Green Coffee
Een zeefmaat, een hoogteklasse en een defectwaarde zeggen alle drie iets anders, en geen van drieën zegt hoe de koffie smaakt. Dat laatste moeten we nog steeds zelf proeven.