Coffee Class · Roasting
De boon doet het werk
Branden klinkt als koken: warmte erop tot het goed is. Het is eerder het omgekeerde. De boon doet het werk, en de brander doet niet veel meer dan bepalen hoeveel energie er op welk moment beschikbaar is. Wat daar vervolgens mee gebeurt, bepaalt de boon zelf.
Dat klinkt bescheiden maar is het niet, want die timing is alles. Dezelfde partij, dezelfde eindtemperatuur, dezelfde totale tijd, en toch twee verschillende koffies — omdat de energie anders verdeeld was over de rit. Het is de verdeling die smaak maakt, niet het eindpunt.
Hieronder staat hoe wij die verdeling aanpakken, wat wij meten om te controleren of het gelukt is, en waar het misgaat als het misgaat.
Hoe je deze pagina leest
De gedeelten met een streep ervoor klappen open. Boven staat het verhaal, daaronder de volledige tabellen. Je kunt de pagina dus lezen zonder één tabel te openen.
Waar een fabrikant een getal niet publiceert, staat er een streepje en geen schatting. Dezelfde afspraak als op onze pagina over groene koffie.
01FasenRoasting · Phases↕
Drie fasen, en je kunt er geen overslaan
De temperatuur loopt in één vloeiende lijn op, maar wat er in de boon gebeurt verandert onderweg drie keer van aard.
Eerst moet het water eruit. Groene koffie bevat tien tot twaalf procent vocht, en zolang dat verdampt gaat vrijwel alle energie daarin zitten in plaats van in de temperatuur. Deze fase duurt bij ons ongeveer de helft van de hele branding, en er gebeurt in smaakopzicht nog bijna niets.
Zodra het vrije water op is, gaat het hard. Aminozuren en suikers gaan met elkaar reageren — de maillardreactie, dezelfde die een korst op brood zet — en vanaf ongeveer honderdzeventig graden komt daar karamellisering bij. Hier ontstaat het grootste deel van wat je later proeft: de body, de chocolade, de noot, de karamel.
En dan knapt de boon. De waterdamp en het koolzuurgas die zich binnenin hebben opgehoopt breken de celstructuur open, hoorbaar, als droge popcorn. Dat is first crack, en vanaf dat moment geeft de boon meer warmte af dan zij opneemt. De laatste anderhalve tot drie minuten bepalen hoeveel zuurgraad er overblijft en hoeveel bitterheid erbij komt.
De volgorde is onomkeerbaar, en dat is het hele vak. Een boon die te snel door de droogfase ging, is vanbinnen nog nat als de buitenkant al bruin wordt. Dat valt er daarna niet meer in te halen: je kunt de tijd verlengen, maar de buitenkant loopt dan alleen maar verder vooruit.
De drie fasen en hun richtlijn
| Droogfase |
circa 40–50% van de totale tijd |
| Maillardfase |
circa 30–40% van de totale tijd |
| Ontwikkeling |
circa 15–25% van de totale tijd |
Bron · eigen ordening; de aandelen zijn richtlijnen en geen norm
IJkpunten↕
IJkpunten: wanneer en bij welke temperatuur
| Charge |
t = 0 · — |
| Turning point |
circa 0:45 – 1:30 · circa 75–95 °C |
| Geelpunt |
circa 40–50% van de tijd · circa 150–160 °C |
| First crack |
circa 75–85% van de tijd · circa 190–205 °C |
| Second crack |
na first crack · circa 225–230 °C |
| Drop |
einde · circa 195–215 °C bij ons |
Bron · temperaturen zijn aflezingen op onze eigen machine en alleen binnen die opstelling vergelijkbaar
De chemie erachter↕
Wat er wanneer op gang komt
| vanaf circa 100 °C |
Waterverdamping |
| vanaf circa 140–150 °C |
Maillardreactie |
| tegelijk met maillard |
Strecker-degradatie |
| vanaf circa 170 °C |
Karamellisering |
| doorlopend, versnelt na 180 °C |
Afbraak chlorogeenzuren |
| vanaf circa 160 °C |
Afbraak trigonelline |
| vanaf de maillardfase |
Vorming koolzuurgas |
| vanaf second crack |
Oliemigratie |
| nagenoeg stabiel |
Cafeïne |
Bron · Illy & Viani, Espresso Coffee: The Science of Quality; temperaturen zijn drempels en geen schakelaars
Wat er fysiek verandert↕
Wat er fysiek verandert
| Gewichtsverlies |
11–13% licht · 14–16% medium · 17–20% donker |
| Volumetoename |
circa 50–100% |
| Dichtheidsafname |
van circa 650–850 g/l naar circa 300–450 g/l |
| Vochtgehalte |
van 10–12% naar circa 1,5–3,5% |
| Kleur |
van blauwgroen naar geel, bruin en donkerbruin |
| pH |
van circa 5,8 naar 4,8–5,2 |
Bron · eigen samenstelling
02StijgsnelheidRoasting · Rate of rise↕
Niet de temperatuur, maar hoe snel zij stijgt
Het getal waar een brander op stuurt is niet de temperatuur zelf maar de verandering ervan: hoeveel graden per minuut de boon op dit moment stijgt.
Twee brandingen kunnen op dezelfde seconde op dezelfde graad staan en toch compleet anders uitpakken, omdat de ene daar stijgend aankomt en de andere dalend. Die stijgsnelheid heet Rate of Rise, en het ideaal is simpel te omschrijven en lastig te rijden: hij hoort gestaag te dalen, van begin tot eind, zonder knikken.
Gestaag dálend, omdat de boon steeds minder energie opneemt naarmate zij droger en warmer wordt. En zonder knikken, omdat elke knik in die curve een knik in de smaakontwikkeling is. Een vlak stuk betekent dat de koffie warm ligt te liggen zonder nog iets te doen, en dat heet bakken: papier en karton in het kopje, en onherstelbaar.
De beruchtste knik komt vlak na first crack. De boon geeft daar ineens zelf warmte af, en als er op dat moment te weinig vermogen onder zit duikt de curve weg. Wie dat met extra vermogen probeert te repareren krijgt er een tweede knik bovenop. Het antwoord is vooruit werken: vermogen terugnemen vóór first crack, niet erna.
Wat er misgaat met de Rate of Rise, en hoe het smaakt
| Crash |
Vlakke, holle kop: de zoetheid die er in de maillardfase in zat komt er niet uit. |
| Flick (of spike) |
Scherpe, rokerige of asachtige tonen; vaak samen met tipping. |
| Baking (stalling) |
Papier, karton, meel. De zuurgraad is weg en er is geen zoetheid voor in de plaats gekomen. Onherstelbaar. |
| Steile RoR aan het eind |
Buitenkant loopt op de binnenkant vooruit: een hoge roast delta tussen heel en gemalen, en een harde, scherpe kop. |
Bron · eigen samenstelling uit de brandpraktijk
Verhoudingsgetallen↕
Verhoudingsgetallen
| Development Time Ratio |
ontwikkelingstijd gedeeld door totale tijd, in procent — circa 15–25% |
| Droogfaseverhouding |
tijd tot geelpunt gedeeld door totale tijd, in procent — circa 40–50% |
| Maillardverhouding |
tijd van geelpunt tot first crack gedeeld door totale tijd — circa 30–40% |
| Stijging na first crack |
droptemperatuur minus first-cracktemperatuur, in graden — circa 7–15 °C bij ons |
Bron · eigen ordening
03Kleur metenRoasting · Colour↕
Waarom medium geen meting is
Licht, medium, donker. Het zijn bruikbare woorden om een voorkeur uit te spreken en onbruikbare woorden om iets mee vast te leggen.
Het probleem is niet dat ze vaag zijn maar dat ze niet ordenen. Twee koffies die allebei medium heten kunnen in gewichtsverlies verder uit elkaar liggen dan een medium en een donkere. Zonder getal erbij is het woord een indruk.
Daarom meten wij kleur, en wel op de Agtron-schaal. Die meet hoeveel nabij-infrarood licht het koffieoppervlak terugkaatst: donkerder materiaal kaatst minder terug, dus een láger getal is een dónkerdere branding. Dat blijft contra-intuïtief, ook als je het al jaren doet.
Eén getal is daarbij niet genoeg. Wij meten de hele boon én gemalen, en juist het verschil tussen die twee is informatief: dat verschil heet de roast delta en zegt hoe diep de warmte is doorgedrongen. Een grote delta betekent dat de buitenkant verder is dan de kern, en dat proef je als scherp en vlak tegelijk.
Waar de meting wél om vraagt is discipline. Een andere maalstand op dezelfde koffie verschuift de aflezing met ongeveer vijfentwintig punten, en dat is meer dan het verschil tussen twee brandgraden. Een kleurgetal zonder vermelding van schaal, apparaat, monster en maalstand zegt daarom niets.
De acht kleurschijven
| 95 |
Very Light — Extreem licht; zelden commercieel |
| 85 |
Light — Licht; uitgesproken zuurgraad, weinig body |
| 75 |
Moderately Light — Licht; filterprofielen |
| 65 |
Light Medium — Licht-medium |
| 55 |
Medium — Medium; het midden van het bereik |
| 45 |
Moderately Dark — Medium-donker; espresso |
| 35 |
Dark — Donker; karamel wijkt voor rook |
| 25 |
Very Dark — Zeer donker; olie aan het oppervlak |
Bron · SCA/Agtron-classificatie; de getallen liggen vast, de benamingen verschillen per bron
De acht getallen zijn vast. De namen verschillen per bron: dezelfde schijf heet bij de een Light en bij de ander Moderately Light. Wie een getal noteert heeft daar geen last van; wie alleen een naam noteert wel. Daarom noteren wij het getal.
Heel tegenover gemalen↕
Heel, gemalen, en het verschil ertussen
| Hele boon |
Ruizer, want de bolling van de boon, de openstaande crack en ongelijk zilvervlies verstoren de meting. Verbergt bovendien wat er binnenin gebeurd is. |
| Gemalen |
Stabieler en dichter bij de gemiddelde ontwikkeling van de hele boon. Dit is het getal om op te sturen. |
| Roast delta |
Zegt hoe gelijkmatig de warmte de boon is binnengedrongen. Een grote delta betekent dat de buitenkant verder is dan de kern: te veel vermogen te laat, of een te korte ontwikkeling. |
Bron · DiFluid
Wat er bij elk kleurgetal hoort te staan↕
Wat er bij elk kleurgetal hoort te staan
| Schaal |
Gourmet of Commercial — Beide heten Agtron. |
| Apparaat |
merk en model — Er bestaat geen omrekening tussen apparaten. |
| Monster |
hele boon of gemalen — Twee verschillende getallen voor dezelfde koffie. |
| Maalgraad |
de stand, niet alleen ‘fijn’ — Een andere maalstand op dezelfde koffie verschuift de aflezing met ongeveer vijfentwintig Agtron-punten. Dit is de grootste foutbron in kleurmeting. |
| Rusttijd |
hoeveel uur na de brand — Direct na de brand is de boon nog warm en nog aan het ontgassen. |
| Herhalingen |
aantal metingen en de spreiding — Eén meting is een waarneming, drie metingen zijn een getal. |
Bron · DiFluid, Understanding Color Measurement in Coffee
Het eenvoudigste controlegetal dat er is
Naast kleur wegen wij. Inweging groen, uitweging gebrand, en het verschil in procenten. Dat ene cijfer vat verdampt vocht en afgebroken droge stof samen, en het is op geen enkele manier te beredeneren: het staat op de weegschaal of het staat er niet.
Elf tot dertien procent hoort bij een lichte branding, veertien tot zestien bij medium, en daarboven wordt het donker. Wie twee koffies met dezelfde brandgraadnaam naast elkaar legt en verschillende verliezen ziet, weet dat er aan één van de twee namen iets niet klopt.
Onze eigen brandgraadbanden
| Licht |
circa 11–13% gewichtsverlies · stijging na FC circa 5–8 °C |
| Licht-medium |
circa 12–14% · stijging na FC circa 6–10 °C |
| Medium |
circa 13–16% · stijging na FC circa 8–12 °C |
| Medium-donker |
circa 15–18% · stijging na FC circa 12–16 °C |
| Donker |
circa 17–20% · stijging na FC meer dan 16 °C |
Bron · eigen ordening uit onze eigen profielen; geen norm
Deze banden zijn onze eigen ordening, afgeleid uit onze eigen profielen, en geen norm. Zij zijn bedoeld om onze zes koffies onderling consequent te benoemen, niet om met andere branderijen te vergelijken. Zodra de kleurmeting op alle zes staat, hoort de indeling op het Agtron-getal te rusten en niet meer op gewichtsverlies.
04MachinesRoasting · Equipment↕
Een machine die brandt en een machine die controleert
Wij branden op een Bullet R2 Pro en analyseren met een DiFluid Omix Plus. Dat is geen dubbelop maar een werkverdeling.
De Bullet verwarmt de trommel met inductie: geen vlam en geen element in de luchtstroom, maar het staal van de trommel wordt zelf het verwarmingselement. Dat maakt hem opvallend direct — vermogen erbij is vrijwel onmiddellijk merkbaar — en het betekent ook dat contact met het trommeloppervlak hier zwaarder weegt dan bij een roaster die vooral met hete lucht werkt.
Hij meet de boontemperatuur met een infraroodsensor in plaats van met een metalen voeler. Het verschil is traagheid: een voeler moet eerst zelf opwarmen voordat hij vertelt wat de boon doet, en een infraroodsensor niet. Daarnaast meet de machine de werkelijke luchtstroom en de luchtdruk, en dat scheelt twee variabelen die wij anders hadden moeten schatten.
Maar een brandcurve blijft een verslag van wat de machine deed, niet van wat er met de boon gebeurde. Daar komt de Omix binnen: kleur heel en gemalen met de spreiding erachter, plus vocht, dichtheid en zeefmaat. Dat laatste rijtje meet hij ook aan groene koffie, en daarmee vult hij precies de velden waar wij tot nu toe een streepje hadden staan.
Dat is een verbetering die verder reikt dan deze pagina. Waar wij eerder schreven dat de dichtheid van een boon af te leiden valt uit haar hoogteklasse, kunnen wij haar nu in gram per liter opschrijven. Afleiden is redeneren; dit is meten.
Bullet R2 Pro
| Batchgrootte |
150 – 1.200 g |
| Verwarmingsvermogen |
2.300 W |
| Vermogensstappen |
14 stappen |
| Afzuigventilator |
12 stappen |
| Trommel |
5,9 liter, meervoudig geschept massief koolstofstaal |
| Maximale boontemperatuur |
245 °C |
| Aanbevolen omgevingstemperatuur |
10 – 30 °C |
| Netspanning |
200 – 240 V, 50/60 Hz, eenfase |
| Stroom |
12 A |
| Afmetingen |
603,3 × 325,1 × 457,8 mm |
| Met koeltray en zakmond |
872,8 mm lang |
| Gewicht |
16 kg |
| Aansluiting |
USB-C |
| Garantie |
2 jaar |
Bron · Aillio, officiële specificaties
Wat de machine meet↕
Wat de machine meet
| IBTS |
Infraroodsensor die tijdens preheat de trommel meet en na charge de boon |
| Boonvoeler (bean probe) |
Klassieke voeler ín de bonenmassa |
| FlowSense |
Meet de werkelijke luchtstroom door de trommel |
| Barometerdruksensor |
Meet de luchtdruk |
Bron · Aillio
Waar een brander aan draait↕
Waar een brander aan draait
| Vermogen (P) |
De hoofdknop. Bepaalt hoeveel energie de trommel in gaat en dus de helling van de curve. |
| Ventilator (F) |
Trekt warme lucht en chaff af. Hoge standen koelen de bonen merkbaar, dus de ventilator is óók een temperatuurknop en niet alleen een afzuiging. |
| Trommelsnelheid (D) |
Bepaalt hoe vaak een boon het hete trommeloppervlak raakt en hoe lang per keer. Hoger betekent gelijkmatiger contact en minder kans op schroeien. |
| Koeltray (C) |
Hoe sneller er gekoeld wordt, hoe eerder de nabrand stopt. |
Bron · Aillio
DiFluid Omix Plus: wat per monster gemeten wordt
| Groene koffie |
vocht, bulkdichtheid, dichtheid bij benadering, wateractiviteit, zeefmaat, boonvolume, monstergewicht |
| Gedroogde kers en perkament |
dezelfde reeks |
| Gebrande hele boon |
alle bovenstaande, plus kleur |
| Gemalen koffie |
kleur, met de verdeling erachter |
Bron · DiFluid
Wat de Omix aan groene koffie meet↕
Wat de Omix aan groene koffie meet
| Vochtgehalte |
Stond bij ons nergens ingevuld |
| Bulkdichtheid |
Dit is het getal waar hoogteklassen als SHB een benadering van zijn |
| Dichtheid bij benadering |
Zogeheten true density |
| Wateractiviteit |
Zegt meer over houdbaarheid dan vocht alleen |
| Zeefmaat |
Meet wat op de specificatie als Size 18 staat |
| Boonvolume |
Naast de zeefmaat een maat voor formaat |
| Monstergewicht |
Voor de omrekening van de overige metingen |
Bron · DiFluid; dit zijn de velden die op onze productpagina’s als streepje stonden
De werkverdeling tussen beide↕
De werkverdeling
| Groene koffie |
Omix — vocht, dichtheid, wateractiviteit, zeefmaat |
| Brandcurve |
Bullet — IBTS, boonvoeler, luchtstroom, luchtdruk |
| Resultaat |
Omix + weegschaal — kleur heel en gemalen, roast delta, gewichtsverlies |
| Smaak |
cupping — SCA- of CQI-formulier |
Bron · eigen ordening
05BrandfoutenRoasting · Defects↕
Wat er misgaat, en welke knop het deed
Brandfouten zijn geen afwijkende bonen maar afwijkende processen: de partij was in orde en het branden heeft haar beschadigd.
Een deel is zichtbaar. Donkere puntjes aan de uiteinden van de boon betekenen te veel vermogen te vroeg: de dunste delen verbranden terwijl de kern nog nat is. Een vlakke donkere plek op één zijde betekent dat de boon te lang op hetzelfde hete trommeloppervlak heeft gelegen, meestal doordat de trommel te heet was bij het inladen of te langzaam draaide.
Het vervelendste deel is niet zichtbaar. Een gebakken branding ziet er volstrekt normaal uit en smaakt naar karton. Een onderontwikkelde branding is op kleur maar niet vanbinnen, en geeft gras en scherpe zuren. Beide herken je niet aan de boon maar aan het kopje, en achteraf aan de curve.
Daarom is de volgorde van onderzoeken belangrijk, en die begint niet bij proeven. Eerst kijken, dan wegen, dan meten, dan pas de curve ernaast leggen, en als laatste blind cuppen naast een eerdere branding. Wie eerst naar de curve kijkt, proeft wat hij verwacht.
Zichtbaar aan de boon
| Tipping |
Donkere tot zwarte puntjes aan de uiteinden van de boon, waar de kiem zit — Te veel vermogen te vroeg. De uiteinden zijn het dunst en verbranden het eerst, terwijl de kern nog nat is. |
| Scorching (schroeien) |
Een donkere, vlakke plek op één zijde van de boon — De boon heeft te lang op hetzelfde hete trommeloppervlak gelegen. Trommel te heet bij charge, trommelsnelheid te laag, of batch te klein voor de ingestelde preheat. |
| Facing |
Een bredere vlakke verbrande zijde dan bij scorching — Dezelfde oorzaak in sterkere mate: een duidelijk te hete trommel bij charge. |
| Ongelijke branding |
Lichte en donkere bonen door elkaar in dezelfde partij — Ongelijke groene koffie (wisselende dichtheid of zeefmaat), een te volle trommel, of een te lage trommelsnelheid. |
| Quakers |
Bleke, matte bonen tussen de rest; verschijnen pas na het branden — Onrijpe bonen in de groene partij. Zij hebben te weinig suiker om te karamelliseren en blijven daarom licht. |
| Oliebloei te vroeg |
Glans op het oppervlak bij een branding die licht hoort te zijn — Te ver doorgebrand richting of voorbij second crack. |
Bron · eigen samenstelling
Alleen in het kopje merkbaar
| Baking (bakken) |
Papier, karton, meel. De zuurgraad is weg en er is geen zoetheid voor teruggekomen. Onherstelbaar en de meest gemaakte fout. — De RoR is te lang rond nul blijven hangen, meestal in de maillardfase. De koffie heeft lang warm gelegen zonder dat de temperatuur nog steeg. |
| Onderontwikkeling |
Gras, groene paprika, scherpe zuren, een droog mondgevoel — Te kort na first crack gedropt, of te snel door de maillardfase gegaan. De buitenkant is op kleur maar de kern is niet mee. |
| Overontwikkeling |
Rokerig, bitter, de herkomst is niet meer te herkennen — Te lang na first crack doorgegaan. |
| Crash en flick |
Hol en vlak van de crash, scherp en rokerig van de flick; vaak allebei in hetzelfde kopje — De RoR dook weg na first crack en werd daarna met extra vermogen weer omhoog geduwd. |
| Te hoge roast delta |
Tegelijk scherp en vlak; het kopje valt uit elkaar in plaats van samen te komen — De buitenkant van de boon is verder dan de kern. Te veel vermogen in de ontwikkelingsfase, of een te korte ontwikkeling bij een hoge eindtemperatuur. |
Bron · eigen samenstelling
Welke instelling welke fout maakt↕
Welke instelling welke fout maakt
| Vermogen te hoog in de droogfase |
tipping, scorching |
| Vermogen te laag in de maillardfase |
baking |
| Vermogen te hoog na first crack |
flick, hoge roast delta, scherpte |
| Preheat te hoog voor de batchgrootte |
scorching, facing |
| Trommelsnelheid te laag |
scorching, ongelijke branding |
| Ventilator te hoog |
onverwachte temperatuurdaling, crash |
| Ventilator te laag |
chaff blijft hangen, rookgeur in de boon |
| Chaff-filter vol |
luchtstroom verandert zonder dat de stand verandert |
| Batch te klein voor het profiel |
scorching, te snelle curve |
| Te snel achter elkaar branden |
warmere start dan het profiel aanneemt |
Bron · eigen samenstelling
Van klacht naar oorzaak, in de volgorde die het snelst uitsluit
| 01 · Kijk naar de bonen |
Tipping, schroeiplekken of quakers? Dan ligt het aan de eerste minuten of aan de groene partij, en niet aan de ontwikkeling. |
| 02 · Weeg het verlies |
Past het gewichtsverlies bij de bedoelde brandgraad? Zo niet, dan is er te vroeg of te laat gedropt en hoeft de curve niet verder onderzocht. |
| 03 · Meet kleur heel en gemalen |
Een grote delta wijst op onderontwikkeling of op te veel vermogen laat in de brand; een kleine delta bij een vlakke smaak wijst eerder op bakken. |
| 04 · Leg de RoR-curve ernaast |
Zoek naar vlakke stukken (bakken), een duik na first crack (crash) en een opleving daarna (flick). |
| 05 · Vergelijk met de vorige branding van dezelfde koffie |
Verschilden batchgrootte, preheat, omgevingstemperatuur of de hoeveelste branding van de dag? Dan is dát de variabele, en niet het profiel. |
| 06 · Cup blind naast een eerdere branding |
Het oordeel hoort aan het eind en niet aan het begin: wie eerst de curve bekijkt, proeft wat hij verwacht. |
Bron · eigen werkwijze
Coffee Class · Praktijk
Wat wij hiermee doen
Van elke branding leggen wij dezelfde velden vast: batchgrootte, preheat, turning point, first crack in tijd en temperatuur, ontwikkelingstijd, de verhouding daartussen, de stijging na first crack, de droptemperatuur, de uitweging en het verlies. Ingevuld of niet — een leeg veld is een streepje en geen aanname.
Die velden hangen onderling samen, en dat is het mooie: de fasen tellen op tot de totale tijd, de ratio volgt uit twee tijden, de stijging uit twee temperaturen en het verlies uit twee wegingen. Een profiel kan zichzelf dus tegenspreken, en als het dat doet willen wij dat weten voordat de koffie in de winkel ligt.
Wat geen enkel apparaat meet is smaak. Daarvoor cuppen wij, blind, en pas een week na de brand — want verse koffie ontgast nog en smaakt anders dan dezelfde koffie zeven dagen later.
Coffee Class · Roasting
De machine vertelt ons wat zij deed. De weegschaal en de kleurmeter vertellen ons wat er met de boon gebeurde. Of het lekker is, moeten we nog steeds zelf proeven.